BPM-heffing bij import onderuit

De manier van BPM berekenen bij import van gebruikte auto's is definitief onderuit gehaald. De Hoge Raad heeft de regeling die geldt sinds 1 januari 2010 definitief als zijnde in strijd met Europees recht bestempeld.

Als gevolg hiervan blijft de eerdere uitspraak van de rechtbank uit 2011 staan. Hierin was reeds bepaald dat de ’12%-regeling’ niet juridisch in orde was. De staatssecretaris ging echter in beroep. Deze heeft nu dus definitief verloren.

De belastingdienst voerde de 12%-regeling in, nadat de Hoge Raad in 2009 de destijds gehanteerde rekenmethode voor de 'belasting van personenauto's en motorrijwielen' als onjuist beoordeelde.

De bpm waar deze uitspraak op van toepassing is, is het berekenen van de BPM op basis van de afschrijving ten opzichte van de nieuwprijs met de koerslijstwaarde (of taxatierapport) van de geïmporteerde auto. De Hoge Raad bepaalde in 2009 dat voor het bepalen van de rest BPM niet de verkoopwaarde, maar de lagere inkoopwaarde de basis diende te zijn. Dit had een lagere bpm-heffing tot gevolg.

Het ministerie reageerde in mei 2010 op dit inkomstenverlies met een wetswijziging en deze 12%-regeling. Die zorgde ervoor dat de nieuwwaarde lager uitviel. Hierdoor werd het voordeel van het arrest uit 2009 teniet gedaan.

Vandaag heeft de Hoge Raad dus besloten dat de nieuwe regeling ook niet correct is. Deze kon ertoe leiden dat over een ingevoerde auto meer rest bpm wordt geheven dan over een auto die al in Nederland geregistreerd staat en wordt verkocht. Dat is in strijd met de Europese regels.

In dit concrete geval ging het om een geimporteerde Bentley. De handelaar krijgt nu €5.529 terug. Onze klanten hebben, voor zover deze regeling voor hen van toepassing was reeds bezwaar aangetekend tegen de 12% regeling en hebben nu dus recht op teruggave van het teveel betaalde.

Overigens kan de fiscus over auto's die na 1 juli 2011 zijn aangegeven geen naheffingen meer opleggen.